Van blauw naar blauw-wit… naar wit?

in Tekst 3 minuten

Het is weer zover: Air France staakt. En niet te zuinig ook: de teller staat inmiddels op 11 dagen (met vier nieuwe in het vooruitzicht) en de schade tot nu toe wordt geschat op zo’n 300 miljoen. Intussen zit de boel zo vast dat CEO Janaillac zijn lot verbonden heeft aan de uitslag van een AF-breed referendum over het laatste loonbod van de maatschappij, dat 4 mei wordt verwacht. Terug in Nederland noemt Pieter Elbers de stakingen “desastreus” en produceert RTLZ ronkende filmpjes waarin weinig objectief wordt gesteld dat KLM eigenlijk niets aan de Fransen heeft (en waarin een pilotenaantal van 4.431 wordt vertaald als “ruim vier-en-een-half duizend”).

Het doet terugdenken aan eind 2016, toen Franse bonden vluchten van KLM “terugeisten”. Er zouden vluchten van Air France zijn afgepakt om KLM te steunen, ten koste van duizenden banen. “Productiebalans” werd trending topic, we gingen weer vertrouwen in elkaar en uiteindelijk kwam Boost annex Joon ter wereld. Met goedkopere piloten en cabinecrew moest dat in ieder geval goedkoper worden, maar gegeven dure vliegvelden, dure toestellen en – uiteindelijk – toch ook weer dure piloten kwam de scepsis snel op.

Verschillende perspectieven

Maar da’s allemaal vanuit Nederland, waar we de Fransen graag wegzetten als eigenwijs, arrogant en bovenal onnoemelijk stakingsbelust. Een objectieve beschrijving van kosten en baten van de luchtvaartcombinatie is volgens mij nauwelijks te maken, laat staan het opstellen van Eén Gedeelde Waarheid waar alle stakeholders zich in kunnen vinden en waar vervolgens beleidskeuzes op zouden kunnen worden gebaseerd. Ik ga dan ook niet proberen om dat wel te doen, maar de voortdurende strijd tussen de twee perspectieven zette me wel aan het denken.

15 jaar terug

Wat als… Nederland gewoon door de zure appel heen was gebeten in 2003, toen Air France en KLM fuseerden (of, wat volgens mij meer recht doet aan de realiteit: Air France KLM overnam)? Ik herinner me de zucht van verlichting die door de natie ging toen werd aangekondigd dat KLM onder haar eigen naam en kleur zou blijven vliegen. En de schrik die ons om het collectieve hart sloeg toen daar (ten tijde van gesprekken over een Alitalia-overname, 5 jaar later) weer aan getwijfeld werd. Wat als we toen door waren gegaan zónder de naam KLM? Als Air France, of misschien met een nieuwe, landsonafhankelijke naam? Een verse en vooral gezamenlijke start van een nieuwe Europese airline met een heldere en gedeelde toekomstvisie. Met een schat aan ervaring in de achterzak, maar zonder “wij” en “zij”.

Begrijp me niet verkeerd: weinig fraaier dan zo’n blauwe 747 die van de grond komt, maar als dat betekent dat we om het jaar verzanden in een wij-zij-discussie kan ik – denk ik, uiteindelijk – ook wel wennen aan ‘n witte Airbus. En als je dat ‘n enge gedachte vindt, stel jezelf dan ‘ns de vraag hoeveel je Trans World, Northwest, US Airways en Continental nu echt mist. En – vooral – of het vasthouden aan zo’n merknaam echt al dat gesteggel waard is.

Een eerste versie van dit stuk schreef ik eind 2016, maar heb ik toen op de plank laten liggen. Het nieuws van de afgelopen periode haalde de vraag die ik mezelf toen al stelde – wat als er 15 jaar geleden meer was geïntegreerd en (nog) meer was gewerkt aan een gezamenlijk teamgevoel? – weer naar boven.

Deze column verscheen eerder op LinkedIn. Reacties zijn daar (nog steeds) van harte welkom!